Natuurcolumn deel 2: Beheer met een hart voor de Kalmthoutse Heide

Carine Schelkens schrijft natuurcolumns. Ze ging in de winter op stap met de 3 natuurarbeiders van het Agentschap voor Natuur & Bos die voornamelijk in de Kalmthoutse Heide werken. In iedere Wissels zetten we een stukje van haar teksten. Deze keer gaat het over chopperen, slangenheuvels en vliegdennen.
Foto Jef De Winter

Chopperen
Buiten de slangenheuvel krijg ik hier ook een ander aspect van het beheer te zien. Het ‘chopperen’. Chopperen is het verwijderen van de vegetatie en een deel van de bovenste humuslaag. Het is een werkwijze tussen maaien en plaggen. De humuslaag wordt bij chopperen niet volledig verwijderd. Chopperen gebeurt met een robuuste klepelmaaier waarbij de klepels een paar centimeter in de bodem gaan. Het choppermateriaal wordt direct opgezogen en afgevoerd. Bedoeling is de grond terug ‘op te roeren’ en zaadbanken bloot te leggen zodat er een grotere diversiteit aan planten komt.

Ook hier lijkt de techniek doodeenvoudig, maar ook hier is toch wel de nodige kennis en omzichtigheid vereist.
Bart, Daniel en Filip hebben in de loop der jaren geleerd dat het beste resultaat bereikt wordt met het chopperen in smalle stroken die het terrein kriskras verdelen. De stroken zijn niet meer dan twee meter breed en maken dat er nog een makkelijke oversteek is voor insecten, reptielen en amfibieën.
Ook de vlinders vinden op deze manier een veilige oversteek terwijl het gechopperde deel zorgt voor een verjonging van de vegetatie. Ons trio vermijdt deze werken in de zomermaanden uit te voeren. De planten zitten in de warmere maanden immers vol leven dat bij het chopperen ook in de laadbak verdwijnt en wordt afgevoerd, en dat is allerminst de bedoeling. Bij het uitbesteden van deze taak aan bosarbeiders die minder vertrouwd zijn met het beheer van deze heide, merkte het team op dat er een groot vierkant werd gechopperd. Op papier heeft men hetzelfde werk uitgevoerd, met dezelfde techniek, maar het resultaat is allesbehalve ecologisch. De vegetatie gaat zich uiteraard verjongen, maar heel wat andere deelgenoten van de ingewikkelde biotoop van de heide kunnen zulke ‘voetbalvelden’ niet overbruggen. Een belangrijk deel van de noodzakelijke diversiteit gaat verloren door een verkeerde techniek te gebruiken met het toch wel doelgericht materiaal.

Er is een groot verschil tussen het uitstippelen van de taken op papier en de ecologische uitvoering ervan. Dit overbrengen aan andere collega’s is uiteraard mogelijk, maar in de praktijk niet zo eenvoudig uitgelegd.  Het vergt heel wat jaren om kennis te vergaren en binding te krijgen met het terrein, vóór men op het punt belandt waar kennis hand in hand gaat met creativiteit.

Belangrijk is ook in overleg met elkaar en met de boswachter te gaan bepalen welke gedeelten moeten bewerkt worden. Dit drietal weet heel goed wanneer wàt gechopperd werd zodat er na enkele jaren een terrein ontstaat dat heel verscheiden is in vegetatie: van jonge over middeljonge naar oudere plantengroei. Dat schept een enorme verrijking. Door hun gemeenschappelijke zienswijze is het nauwelijks nodig dit administratief in kaart te gaan brengen, zij bekijken met één oogopslag het terrein en weten wat de volgende stap is. Ik ben onder de indruk van de binding die deze mannen hebben met hun werkplek. Dit is voor hen absoluut geen ‘nine to five-job’, dit is een levenswerk met hartverwarmende betrokkenheid.

Management en creativiteit
Het idee van de slangenheuvel groeide vanuit een ander project waar we dadelijk naar gaan kijken: het vrijmaken van een klein ven om de libellen meer kans te geven zich voort te planten. De klotten pijpenstro die hierbij vrijkwamen werden gebruikt om de slangenheuvels te bedekken. De takken en boomstammen kwamen dan weer voort uit het idee om de bosrand meer te gaan kartelen. Als je in een bosrand hier en daar bomen verwijdert, creëer je een langere bosrand en ook een microklimaat in de inhammen, wat een enorm voordeel geeft voor verschillende diersoorten.
In mijn eigen opleiding als natuurgids hoorde ik steeds dat de vliegdennen moeten worden geweerd uit de heide. De heide heeft immers voortdurend de neiging terug te gaan naar zijn oorspronkelijke staat, en dat is een bos. Toch hoor ik vandaag dat dit beheer ook met nuance dient uitgevoerd te worden. De vliegden heeft écht wel een belangrijke functie in dit landschap en wordt vaak gebruikt als zangpost of als uitkijkpost bij een nest door vogels zoals bijvoorbeeld de roodborsttapuit (Saxicola rubicola), een vogel die zich echt thuis voelt op de heide.Slechts met ervaring kan je weten welke vliegdennen je best verwijdert en welke niet. En zo wordt de opdracht ‘10% laten staan’ weer iets helemaal anders dan pure wiskunde op een takenblad.

‘De musketiers’ vinden het recycleren van het opgehaald materiaal belangrijk. Er wordt zoveel mogelijk hergebruikt, wat het kostenplaatje van de werken drastisch doet verlagen indien men alles op lange termijn bekijkt. Het is vaak zoeken wàt waar werkt. De geschiedenis van het beheer is bepalend en de kennis van het terrein neemt jaren in beslag.

Foto Filip van Boven: roodborsttapuit

Carine Schelkens - schrijfster natuurcolumns